Basiskooktechnieken

Basiskooktechnieken in China, in heel Azië zelfs, wijken nogal af van die in hetWesten.
Twee hoofdkenmerken zijn, dat men kookt op een voor onze begrippen erg hoog vuur en dat de kooktijd in het algemeen erg kort is. Vaak zelfs zo kort, dat het moeilijk is om exacte kooktijden aan te geven.

Koken is in China meer een kunst dan een techniek, en kunst laat zich moeilijk meten in tijd.
In de Chinese keuken was geen klok aanwezig en ook - zelfs vandaag nog - meestal geen oven. Dat leidde tot de noodzaak op ervaringen intuïtie af te gaan.
Chinees koken is geen wetenschappelijke bezigheid, maar een lekkere en vooral plezierige aangelegenheid.

Roerbakken

Het op hoog vuur in een van te voren verhitte wok, in 2 of 3 eetlepels hete olie al scheppend bakken van een gerecht.

Frituren - dichtschroeien


Het op hoog vuur in hete olie (3 dl tot 1 liter) een korstje geven en geheel of gedeeltelijk gaar maken van gerechten. Dichtschroeien is een voorbereidingstechniek waarbij het gerecht dichtgeschroeid wordt tot het verkleurt.

Stomen

Het op hoog vuur gaar maken van gerechten boven hete stoom in een gesloten pan.

Roosteren

Het in de hete oven of op open vuur bruin en gaar maken van gemarineerde of ingevette gerechten.

Blancheren

Een voorbereidingstechniek die o.a. gebruikt wordt voor het wegnemen van de rauwheid van groenten en ontvetten van vlees en kip in kokend water.

Koken

Het gaar maken van ingrediënten in kokend water of bouillon.

Olie afgieten

Hete olie na frituren of dichtschroeien in een bewaarpan afgieten, zodat de olie een volgende keer weer gebruikt kan worden.
Onderin komt dan wat bezinksel. Giet bijhergebruik eerst de olie in de wok en gooi het bezinksel weg. De olie kan circa 4 x gebruikt worden.

Dubbel bereiden

Het gerecht wordt 2 of 3 maal bereid. Een keer gekookt, gefrituurd, gestoofd e.d. en vervolgens gestoomd, geroerbakt, gefrituurd e.d.

Mongoolse vuurpot

Chinese fondue, waarbij de ingrediënten niet in olie, maar in hete bouillon worden gedoopt.