|

 |
Halfschaduw |
|
 |
Schaduwrijke plaats |
|
 |
Bloeimaanden: |
mei-oktober |
 |
Hoogte: |
30-90cm |
|
|
Levensduur: |
winterhard |
 |
| Beschrijving |
|
|
Plantvorm: |
Kruid
Stinkende gouwe werd vroeger als artsenijplant gekweekt.
Het sap werd gebruikt als oogwater. De plant werkt
pijnstillend, stimuleert de galafscheiding en is in
gebruik tegen wratten. |
|
Wortels: |
|
|
Stengels: |
|
|
Bladeren: |
|
|
Bloemen: |
|
|
Vruchten: |
|
| Biotoop |
|
|
Groeiplaatsen: |
Plantsoenen, bossen (parkbossen, lichte
plaatsen in loofbossen en beekoeverwallen), bosranden,
struwelen, houtwallen, heggen, hakhoutbosjes
(voedselrijke zomen), verhardingen, op muren,
rivierduinen (lichte loofbossen), zeeduinen (bermen,
struwelen en lichte loofbossen aan de dinnenduinrand),
ruderale plaatsen, tuinen, beschaduwde, omgewerkte
grond, braakliggende grond en ruigten. |
|
Bodem/grond: |
Licht beschaduwde (soms zonnige)
plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot
zeer voedselrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte en
kalkhoudende grond (zand, leem, zavel of stenige
plaatsen). |
| Verzorging: |
|
| Vermeerdering: |
|
|