
 |
Zonnige plaats |
|
 |
Halfschaduw |
|
 |
Bloeimaanden: |
januari-december |
 |
Hoogte |
15 cm |
|
|
Levensduur: |
zeer winterhard |
Deze plant is zeer geschikt voor 'de tuin op het zuiden'.
Verlangt een zonnige plek op niet te arme grond. Ze is ook te
combineren met 'rotsplanten' als de bodem ter plaatse maar niet
te droog is. Woekert niet of nauwelijks en laat zich goed
combineren met andere planten.
|
| Namen |
|
| Nederlands: |
Madeliefje (madelief, meizoentje, koebloempje) |
| Wetenschappelijk: |
Bellis perennis 'Hortensis' |
| Familie: |
Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae) |
| Bronnen: |
groeninfo
wilde-planten.nl en Atrium
16d |
| Plaats: |
niet meer |
| Beschrijving |
|
Wortels: |
Een kort wortelstokje. |
|
Stengels: |
De dunne stengels hebben meestal geen bladeren en zijn
aangedrukt behaard. Madeliefje heeft uitlopers en vormt matjes. |
|
Bladeren: |
De rozetbladeren zijn iets vlezig, langwerpig tot lepelvormig,
al of niet getand, behaard, lichtgroen en worden tot 5 cm lang. |
|
Bloemen: |
De afzonderlijk op lange, dunne stelen staande bloemhoofdjes
zijn 1 tot 3 cm groot. De witte en aan de top vaak roodpaarse
lintbloemen zijn vrouwelijk. De gele buisbloemen zijn
2-slachtig. Het omwindsel bestaat uit ongeveer 13 even lange
blaadjes. De bloemhoofdjesbodem is kegelvormig, hol, heeft een
zwak gemaasd oppervlak en geen stroschubben. |
|
Vruchten: |
De zaden worden 1½ tot 2 mm lang en dragen rechtopstaande haren. |
| Biotoop |
|
Bodem/grond: |
Zonnige, zelden licht beschaduwde
plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot
voedselrijke, betreden, beweide of vaak gemaaide, min of
meer verdichte grond (alle grondsoorten). |
|
Groeiplaatsen: |
Weiland, gazons, bermen, regelmatig
betreden en begraasde grasvelden, dijken, plantsoenen,
tussen bestrating, uiterwaarden en duinvalleien. |
| Verzorging: |
Matig voedselrijke grond, uitgebloeide bloemen verwijderen |
| Vermeerdering: |
Zaad |
|