
 |
Schaduwrijke plaats |
|
 |
Halfschaduw |
|
 |
Hoogte: |
60 cm |
|
|
Levensduur: |
overblijvend |
Varens zijn niet in staat bloemen te produceren,
maar hun bladvormen compenseren dit gemis ruimschoots.
De naam Dubbelloof slaat op de twee soorten bladen:
vruchtbare en onvruchtbare. De vruchtbare bladen staan
rechtop en sterven in de herfst, terwijl de
groenblijvende onvruchtbare overhangen of op de grond
liggen. Het blad is leerachtig en diep ingesneden. Deze
plant staat op de rode lijst.
|
| Namen |
|
| Nederlands: |
Dubbelloof varen |
| Wetenschappelijk: |
Blechnum spicant |
| Familie: |
Dubbellooffamilie, Blechnaceae |
| Bronnen: |
wilde-planten,
vivara |
| Plaats: |
achter, vijvertje, niet meer |
| Beschrijving |
|
Wortels: |
Een forse wortelstok met veel bruine, spitse
schubben. |
|
Stengels: |
De bladstelen zijn kort (tot
1/3 keer zo lang als het blad) en donker paarsbruin. Die
van de vruchtbare bladeren zijn forser. |
|
Bladeren: |
De bladeren zijn wintergroen. De meeste
zijn onvruchtbaar en staan in een rozet. Ze zijn
lijnvormig tot langwerpig, veerdelig, enigszins leerachtig, hangen over en
worden tot 50 cm lang. In het midden van de rozet groeien enkele
vruchtbare, rechtopstaande bladen, die tot 80 cm lang worden. De
bladslippen zijn smaller (lijnvormig). |
|
Sporen: |
Juni t/m september. |
|
Vruchten: |
De sporen vind je op de hele
bladonderkant. |
| Biotoop |
|
Groeiplaatsen: |
Loofbossen, naaldbossen, vaak op
greppelwandjes, duinen (duinvalleien), houtwallen,
struwelen, hakhout en langs beschaduwde sloten en beken. |
|
Bodem/grond: |
Halfbeschaduwde tot beschaduwde plaatsen
op vochtige, voedselarme, kalkarme, zure en humusrijke
zand- en leemgrond. |
|